IN MEMORIAM PATER ALBERT VANDER ELST SCJ

1925-2017

Albert werd op 28 januari 1925 geboren in Zaventem, in een eenvoudig arbeidersgezin. Vader was chauffeur bij een postbedrijf. Later werden in hun gezin nog twee meisjes geboren, aanmerkelijk jonger dan Albert. Die drie kinderen hebben hun hele leven een goede band met elkaar gehouden. Moeder was kerks, vader niet zo erg. Zaventem was een sterk socialistische gemeente. Albert ging naar de gemeenteschool die in feite socialistisch was. Ondanks dat er amper aandacht werd besteed aan godsdienst, spreekt hij nog met waardering over het goede en moderne onderwijs daar, mede omdat hij er heeft leren schrijven in een goede stijl.

In de jaren ’30 was de grote bloeitijd van de Kajottersbeweging van Jozef Cardijn. Albert werd lid van de afdeling Zaventem, waar gespreksgroepen waren waar hij een bekwame onderpastoor ontmoette. Tevens werd hij begeesterd door de enthousiaste toespraken van Cardijn. Als 14-jarige werd hij zo op het idee gebracht om priester te worden. Vader was niet zo enthousiast…

Hij ging studeren in het Juvenaat H. Hart in Tervuren. Zo begon zijn levenslange band met onze Congregatie.

De opleiding tot religieus begon in juni 1944 in het noviciaat te Brugelette, een afgelegen dorp op het Waalse platteland. De voertaal en vorming was in het Frans, ook voor de Vlamingen. Novicenmeester was pater Piet(je) van Hommerich en later pater Denis. Van de oorlog en het einde daarvan hoorde men vrijwel niets; het was er wereldvreemd (“De enige vrouw die ik in dat jaar gezien heb was de boerin van het klooster”). De opleiding was eigenlijk meer gericht op het leven van een monnik.

Na de eerste professie en opname in de Congregatie (1945) begon de opleiding voor het priesterschap, in Leuven. De filosofie werd in eigen huis gegevens door SCJ’ers; voor de theologie ging men naar de Jezuïeten. Lessen en conferenties werden ook hier gegeven in het Frans. De intellectuele en spirituele vorming vond voor Vlaamse SCJ’ers dus plaats in een andere taal en cultuur: het geleerde werd in feite niet echt geassimileerd, iets van jezelf. Aldus het oordeel van Albert later. Bovendien werd de studie nogal verbrokkeld. In 1947/48 werd Albert (als Vlaming!) benoemd in het SCJ-Juvenaat in het Waalse Burnot: hij werd daar leraar Nederlands en tevens meteen prefect (sic). Daarna volgde de militaire dienst: na een “drilperiode” arbeid in een militair hospitaal in Elsene. Door zelfstudie behaalde hij in deze tijd de kandidatuur Rechten. Albert bleef ook later veel aan zelfstudie doen: door het vele werk dat er gedaan moest worden was er amper gelegenheid om medebroeders verder te laten studeren (“nood ging boven vorming”).

Op 13 juni 1952 werd Albert tot priester gewijd. Vader was heel trots en gelukkig met levenskeuze van zijn zoon.

Nu volgde één jaar studie Klassieke Talen en in 1954 werd Albert leraar in deze talen en tevens prefect in Tervuren. De interne leerlingen werden verondersteld priester te worden. De externen volgden ook zo’n beetje die opleiding. Na 1960 kwam de klad erin door de grote veranderingen in kerk en samenleving. Het aantal jongens dat priester wilde worden nam snel af. Begin jaren ’70 werd het internaat gesloten.

Persoonlijk maakte Albert grote veranderingen door, beïnvloed door het 2e Vaticaans Concilie en de ideeën van Rahner, Schillebeeckx, Wildiers, Vergote en anderen. Niet meer de min of meer Franse, traditionele en tijdloze spiritualiteit, zoals ook heerste in onze congregatie. Maar meer een wereld- en mensgerichte denken. Bij het generale kapittel van 1966/67 in Rome kwamen de nieuwe ideeën, mede door Albert, ter tafel wat uiteindelijk leidde tot nieuwe constituties.

In Tervuren was Albert inmiddels (1964) rector geworden van het klooster en ook van de school (tot 1968). Hij werd tevens directeur van een kleine zustersschool voor meisjes, het Sancta Maria Instituut, heel knus en gezellig (leerlingen haalde men zelfs per auto op). Hier kreeg hij bij de meisjes de naam “Onze Pa”. Deze school ging later op in het H. Hart College.

Albert was vanaf 1960 ook lid van het provinciaal bestuur van de in dat jaar opgericht Vlaamse provincie. In 1981 werd hij zelf de provinciaal overste. En ging wonen in Antwerpen. Die functie bracht hem er ook toe zich verder te verdiepen in de spiritualiteit van onze congregatie, de devotie tot het H. Hart. En in de ideeën van onze stichter pater Dehon. Hij ontdekte zo diens leven van sociale inzet. De transcendente God leerde hij meer ervaren in hart en handen van mensen. Sociale rechtvaardigheid werd speerpunt voor hem, niet meer het traditionele “eerherstel”. Zelf heeft hij niet gewerkt of gewoond in sloppenwijken; heeft ze wel gezien o.a. in Brazilië. En hij werd enige jaren in Antwerpen directeur van een onthaalcentrum voor daklozen.

In 1990 (inmiddels 65 jaar) werd er een beroep op Albert gedaan om in ons huis in de Cattoirstraat in Brussel een interprovinciaal vormingscentrum op te richten. Bestemd voor jonge medebroeders uit andere werelddelen die hier konden komen voor verdere studie (Leuven!) en vorming. Dit werd geen groot succes: de Fransen wilden liever een eigen opleiding, kandidaten kwamen maar mondjesmaat.

In 2002 verzocht het bestuur van de Vlaamse provincie om samenwerking of zelfs samengaan met de Nederlandse provincie. Men had vrijwel geen kandidaten meer voor een eigen bestuur. Een commissie ging dit onderzoeken en een oplossing voorbereiden. Leden waren Albert en broeder Theo Schurgers namens Vlaanderen, de paters Piet Schellens en ondergetekende namens Nederland. Dit resulteerde in een confederatie van beide provincies die in 2006 werd gestart. Uiteraard kwam Albert ook daar in het bestuur. Hij heeft in het totaal 52 jaar in een provinciaal bestuur heeft gezeten!

In deze periode werd steeds meer duidelijk dat de hoofdtaak van het bestuur werd het begeleiden van het einde van de SCJ-aanwezigheid in onze landen. Onze leden werden steeds ouder, zonder dat er nieuwe bijkwamen. Ook Albert ging zijn leeftijd voelen. In 2012 werd hij op eigen verzoek niet meer herkozen. Zijn communiteit in Brussel kon hem ook niet meer voldoende ondersteuning geven. Na een periode van onzekerheid koos hij toch voor een verblijf in ons klooster in Asten, waar hij in oktober 2016 zijn intrek nam. Hier kreeg hij de benodigde verzorging. Maar het was wel ver van zijn familie, van zijn bekenden en het vertrouwde Brussel.

Op 4 juli 2017 is Albert overleden, een week voor zijn 65-jarig priesterjubileum. Op zaterdag 8 juli hebben wij afscheid van hem genomen in de kapel van Asten: zijn familie, medebroeders uit de hele Benelux, vrienden en bekenden, verplegenden. Op het kloosterkerkhof aldaar is hij begraven. Een wijs en open man, intelligent, toegewijd aan velen. Vriend van de Franse cultuur, maar een Vlaming in hart en nieren.

Er is gebruik gemaakt van een interview dat ik enige jaren geleden met Albert heb gehad.

Klooster H. Hart te Asten.

Paul de Vries scj

 

Terug naar vorige pagina