Confederatie van de Vlaamse en Nederlandse Provincie  "Dehonianen"

SCJ logo

We reden in een truc van de organisatie en werden vergezeld door enkele landbouw experts van een buitenlandse organisatie.

Ze hadden het over ontwikkelingsprojecten voor de oorspronkelijke bewoners en ze wilden zien hoe zij die zouden kunnen helpen.

Tijdens een lang en eenzaam traject, over stenen en modder, zag ik opeens een vrouw langs de weg zitten op een bundel sprokkelhout.

Zoals de anderen ging ik haar voorbij, maar even later besloot ik af te remmen en ging achter uit, naar die vrouw toe.

Ik stapte uit en vroeg haar: ‘waarom zit je hier zo alleen, en waarom heb je ons niet om een lift gevraagd?’

Ze gaf als antwoord: ‘niemand ziet me; alleen mijn lieve God kijkt en luistert naar me.’

Een vrouw al op leeftijd, misschien wel een weduwe, misschien helemaal in de steek gelaten, die ver van haar dorp hout aan het sprokkelen is om het op haar rug mee te nemen naar huis om het eten van de dag mee klaar te maken.

Misschien voor de laatste keer zoals toen bij de weduwe van Sarepta.

Als door een bliksemstraal getroffen realiseerde ik me in wat voor soort wereld we leven met die zogenaamde economische ontwikkeling van liberale snit.

Ik vroeg haar: “ wat wil je dat ik voor je doe “

Ze kreeg me recht in de ogen en zei: “ blijf hier bij ons zodat je kunt zien en horen “.

Volkomen terecht behandelde ze me als een doofstomme in het land van de heidenen.

Met een simpel woord en een eenvoudig gebaar liet ze me heel duidelijk zien wat het betekent als een vrij en gelukkig mens te leven ondanks armoede, uitsluiting en als iemand die niet meetelt.

Ik werd overvallen door een diep inzicht: hier is een vrouw, alleen, in de steek gelaten maar met een geloof dat haar overleven groter en sterker maakt dan armoede en dood.

Zij heeft het over ‘mijn arme en lieve God’: een naam als een liefkozing, onoverwinnelijk en solidair, deze God van arme mensen.

Altijd is Hij er om mensen te verdedigen en altijd is Hij de eerste om in te gaan op het verzoek van de oude vrouw.

Dat is haar God, de God van alle slachtoffers want God stelt zich nooit neutraal op.

Slachtoffers zijn een openbaring/ beeld van de God die van slachtoffers scheppers maakt van verzet en hoop.

Zij liet mij een God zien die het slachtoffer verdedigt en zo hoop wordt voor de hele mensheid

Deze God staat altijd aan de kant van de armen en Hij vereenzelvigt zich daarmee.

Zij maakte mij dit mysterie duidelijk – mystieken noemen het mistagogie, de inleiding in de mystiek - , en ze nodigde me op een heel liefdevolle manier uit bij hen te blijven en zo te leren zien en horen , en om zo een bekering te maken om het leven in al zijn vormen als een antwoord te zien op deze goddelijke uitnodiging.

Deze heel diepe ervaring genas me van de voortdurende dreiging van rechtlijnig denken (pensee unique), het ego-centrisch denken en handelen

Zij hielp me uiteindelijk niet in de valkuil te lopen: Je kunt niet van mensen houden, de armen, zonder te houden van deze arme, hier en nu concreet bij je.

Ethisch gezien is de keuze voor de arme er een voor de hier en nu aanwezige arme mens, in al zijn bestaansvormen

Het is zoals in “ De Gebroeders Karamazov” van Feodor Dostoyewski, een van de protagonisten ( Piotr, de intellectueel ) laat zeggen:

Ja ik hou van de mensheid, maar ben niet in staat van mijn buurman te houden…….

De weduwe heeft me genezen van deze zo gangbare afwijking.

Daar zat zij dan, een slachtoffer met een stapel sprokkelhout, maar met een houding van verzet; vertegenwoordigster van de meerderheid van mensen in onze huidige wereld, met een uitdaging aan de schijnvertoning van een altijd maar verder groeiende economie.

Er was een boodschap, een uitnodiging naar ons om te leren luisteren, een uitnodiging om te leren leven.

Haar boodschap was eenvoudig “ houdt van me en help me ”.

Zoals bij het moment van een bliksemstraal begreep ik de schijnwerkelijkheid en vrome leugens van valse profeten in onze wereld.

Hier was de wijsheid van een oude vrouw en ik begreep hoe waar het is wat Jacobus in zijn brief schrijft: ‘ware godsdienst is het helpen van wees en weduwe in hun problemen en allen die in de steek gelaten zijn door een godsdienst van winst op winst met alle sociale gevolgen van dien en dat zelfs straffeloos

Het maakte zoveel indruk op me dat ik een tijdje naast haar ging zitten en we hebben samen zitten huilen om al die afwijkende tegenstellingen en blind makende opvattingen van vroeger maar ook nog van vandaag.

Ik ben op dat moment geloof verloren in de dogmas van een louter geestelijk Rijk van God, een hemel voor uitsluitend het hiernamaals en ik heb opnieuw de echte materiele boodschap ontdekt van de Geest van die mens Jezus.

Maar ik huilde ook tranen van geluk en heb haar beloofd haar niet alleen te laten.

Ik heb haar geholpen bij het inladen van het hout en bij het instappen in de auto.

Ik ben verder gegaan met mijn tocht en heb wat versneld met al die wereldlast achter op de auto

De mensen die met mij onderweg waren vroegen me waarom ik zo weg gebleven was en het enige antwoord wat ik kon geven was: jullie met al die schijn ontwikkelingsprojecten zijn tijd aan het verliezen met valse voorstellen en valse goden want jullie kijken niet en nog erger, jullie luisteren niet.

Vanaf dit moment geloof ik in een echte wereld en geloof ik in de God van die vrouw: een arme God die zich kwetsbaar maakt met en in arme mensen.

Ik begreep nu beter waar het in het Evangelie echt om gaat, dat goede nieuws van die Jezus, zijn leven, zijn kenosis ( ontlediging ), zijn zelfverloochening en de openbaring dat de naam van de Oneindige, solidariteit is met de slachtoffers: belangeloze solidariteit. Dat is: geen belang hechten, maar belang hebben zonder hieraan gehecht te zijn.

Dat is voor mij de eenvoudige waarheid, en ik probeer daar trouw aan te blijven, ondanks alle twijfels en verraad die rondgezaaid worden.

Wij zullen geen goede wereld gaan maken en die ook niet bezitten: de wereld gaat verder zoals altijd maar nu wel zonder leugens en zonder valse meningen.

Ik probeer trouw te zijn aan deze verlichting, aan deze openbaring en – non confundat in aeternum –!

Eigenlijk had ik geen behoefte meer aan verder analyseren en aan verder onderzoek, maar ik wil samen met anderen op zoek gaan naar wegwijzers van deze waarheid van uitsluiting en ellende.

Toen ik tegen de avond weer thuis kwam in het dorp waar ik woon heb ik zitten luisteren naar het Te Deum van Bruckner, nagenietend van de wijsheid van de vrouw. Ik heb een wat Barokke ziel!!

Die vrouw heeft me richting gegeven, ze heeft me op een subtiele manier ingeleid in de geheimen van het leven en ze heeft me gevraagd daar trouw aan te blijven.

Mysteries komen niet uit de hemel vallen: ze worden geboren uit menselijke ontmoetingen vanuit de diepe werkelijkheid van uitsluiting en ontkenning.

Kennen is geboren worden met ( con nacer ) ( conocer is con nacer), een opnieuw nadenken vanuit het perspectief van uitgesloten zijn, van verlaten zijn, en vaak ook van exploitatie.

In de traditie van de Joodse Bijbel ( heel de Bijbel is een boek van de Joden; ook de schrijvers van het nieuw testament waren Joden) is er een moeizaam leerproces om mens, volk, broers, zussen te worden vanuit de ervaring met een God die de Psalmist laat zeggen:’ Hij die de klachten en het gejammer ziet en hoort van zijn mensen. Ik kom en daal af tot de minsten’, (Psalm 14)

Terug naar boven