Confederatie van de Vlaamse en Nederlandse Provincie  "Dehonianen"

SCJ logo

Inleiding

Verhalen en lotgevallen van arm - gemaakte mensen blijven ons raken. Deze mensen worden niet waargenomen als ‘problemen’, maar als mensen die zoeken naar veiligheid, bevestiging, eigenwaarde, als mensen die ruimte vragen om in gerechtigheid te leven en hun naam met ere en in vrede te dragen. Er zijn mensen die het voor deze ‘armen’ opnemen, en die hun ruimte willen bieden, en vervolgens ontdekken dat, hiermee ook hun eigen ruimte verandert.

Ook in ons, voortrekkers en verspieders die zich inleven in de wereld van de armen. Wij maken van diaconie onze hartszaak. 

Behoefte aan diensten in de samenleving

Diaconie richt zich vooral op mensen in nood, bijzonder op hen die op structurele manier onrecht wordt aangedaan. Daardoor wordt er een beroep op barmhartigheid en zin voor rechtvaardigheid gedaan en je wordt geraakt.

Nood heeft veel gezichten. De materiële armoede. Denk aan de velen die op of onder het minimum moeten leven; aan bijstandsvrouwen; randgroepjongeren; een aantal ouden van dagen; vreemdelingen en vooral vluchtelingen, enzovoort. Er is sociale armoede waardoor mensen geïsoleerd en uitgesloten worden en voor wie toegang tot onderwijs en educatie een gesloten wereld blijft; zieken en alleenstaanden die het aan kontakten ontbreekt. Ook is er de geestelijke armoede. Veel mensen verliezen zin en ziel, gaan leeg en droog door het leven. De zucht naar drugs, porno en zinloos geweld is een teken aan de wand. Geestelijke nood is te zien aan het leven van veel mensen, vooral als zij in een crisis raken.

Een dienst vanuit de geloofsgemeenschap

Er gebeurt veel diaconie zomaar belangeloos, waarbij de linkerhand niet weet wat de rechter doet. Er is veel stille goedheid en toewijding, die ook in onze samenleving handen en voeten krijgt.

Gedwongen armoede staat haaks op ‘t christelijk geloof en op de geloofsgemeenschap.

De Vader van Jezus Christus heeft zich getoond als degene die omziet naar, en ten diepste bewogen is om zijn mensen, vooral om mensen in nood. Waar mensen in nood vergeten en veracht worden is er geen ‘kennis’ van God in het land. ( Exodus, Thora (Wet) en Profeten).

Voor Israël geldt: waarachtig Godsgeloof komt tot uiting in een passie voor barmhartigheid en gerechtigheid. Zo maken zij werk van Gods ‘hartszaak’, zijn zij ‘Verbondsgenoten’.We kennen het diaconaal gebeuren van de barmhartige Samaritaan. Bij het bezoek van Jezus aan Marta en Maria heeft Jezus behoefte aan een actief-luisterend oor. Wij tonen deze barmhartigheid in onze directe omgeving: een hongerlijder moet je te eten geven en een dakloze een onderkomen. Wij tonen het door onze strijd tegen zondige structuren, die oorzaak zijn van ellende en dood.

Een geloofsgemeenschap met een hart

Als wij als betrokken pastores willen bijdragen aan een geloofsgemeenschap met een hart, dan dienen wij ons constructief-critisch te bevragen en te bemoedigen rond de kwaliteit van de geloofsgemeenschap. Bij diaconie gaat het niet alleen om handelen en geven, maar vooral om luisteren en ontvangen. De vroegere caritas had veel trekken van bédelen en bedélen. Daarbij wordt de ander tot object gemaakt.

We dienen niet alleen de symptomen te signaleren en te bestrijden, maar vooral ook naar de oorzaken te zoeken, waarom zoveel mensen in nood verkeren. De ‘waarom-vraag’ is belangrijk omdat we anders dweilen met de kraan open. Hiervoor is samenwerking met anderen, vooral met de betrokkenen belangrijk. Zij kennen de zere plekken en weten welke stappen gezet kunnen worden. Zoveel bewegingen zijn in het klein begonnen, maar hebben nu een breed draagvlak en sterke weerklank.

Begenadigde pastores zijn present in buurt-, arbeids-, junky-, stations-, woonwagen- en gevangenispastoraat. Van hen kunnen wij veel leren:

bijvoorbeeld ‘onthaasting’, aanbieden van zichzelf, trouw-zijn, erkenning van de eigenheid van de ander’ de ‘naaste’ worden, aansluiting bij de leefwereld van hen die ons vreemd zijn.

In het basispastoraat kun je je oefenen in deze benadering en in het onvermijdelijke werk dat zich aandient. Een liefdevolle en onvoorwaardelijke toewending tot de ander.

Deze toewending dient ook door te klinken in onze wijze van kerkopbouw, van liturgie en katechese.

Kerkopbouw: niet de structuren verdienen alle aandacht, maar bijzonder ook de dienstbaarheid voor de kleine mens.

Liturgie: de onmacht en de dienstbaarheid dienen door te klinken, het leven dient gevierd te worden. Zoals Jezus eerst zijn handen in het water dompelde om de voeten van de leerlingen te wassen en daarna aan tafel ging voor het avondmaal.

Katechese: Diaconie is een geloofsgegeven en een opdracht, waar we kennis van dienen te nemen. Vragen die we ons daarbij stellen: waar gaat het om? Zit er kwaliteit in? Hartskwaliteit?

Diaconie is wezenlijk voor een parochie en kan niet ‘uitbesteed’ worden. Het ligt besloten in haar zending. Als voorganger laat een pastor zich dan ook informeren.

Geloofsgemeenschappen die zich bekeren tot de zaak van de armen worden aantrekkelijker en geloviger!

Dan ben je een diaconale geloofsgemeenschap

Diaconie heeft in o.a in dekenaat Druten altijd veel aandacht gehad, zowel door initiatieven van pastores en parochianen persoonlijk, als georganiseerd rond maatschappelijke noden. Dit zowel van katholieke zijde, als oecumenisch. Zo rond ontzanding, zondagssluiting, vuilverbranding. opvanghuizen, bedrijfsbeëindigers, thuisstervenden enz.

Dienst aan de samenleving is ook grensoverschrijdend. De vastenaktie is daar een sprekend voorbeeld van.

Vaak echter willen pastores, parochianen en anderen opkomen voor een concrete maatschappelijke nood, maar missen daartoe de geëigende middelen. Ze zouden graag hun ‘terechte verontwaardiging’ uitbazuinen, maar missen een megafoon.

Velen doen ook nu nog een beroep op de Kerk en verwachten van haar hulp. Zouden wij dit vertrouwen niet samen kunnen delen, zodat wij hierop ons handelen als dienst van de liefde kunnen baseren?

Terug naar boven