Confederatie van de Vlaamse en Nederlandse Provincie  "Dehonianen"

SCJ logo

5. Vol aandacht voor de oproep vanuit de wereld

Het leven van overgave, dat door de belangeloze liefde van de Heer in onze harten is gewekt, maakt ons gelijkvormig aan de overgave van Hem die zich uit liefde geheel gegeven heeft aan de Vader, en geheel gegeven heeft aan de mensen.

Het brengt ons ertoe om samen met de arme en gehoorzame Heer steeds getrouwer de wil van de Vader te zoeken aangaande onszelf en aangaande de wereld.

Hij wekt onze aandacht voor de oproep die Hij tot ons richt door middel van de grote en kleine gebeurtenissen en in de verwachtingen en verworvenheden van de mensen.

In de wereld van vandaag voelen wij een intens streven naar bevrijding aan het werk : bevrijding van alles wat de waardigheid van de mens schendt en wat de mens bedreigt in het verwezenlijken van zijn diepste verlangens : waarheid, rechtvaardigheid, liefde en vrijheid (vgl.G.S. 26-27).

Onder al deze eisen gaat een dieper en meer algemeen verlangen schuil : personen en groepen zijn aangegrepen door een verlangen naar een leven dat vol en vrij is, naar een bestaan dat menswaardig is....

De wereld van vandaag blijkt tegelijk machtig en zwak te zijn, in staat tot het beste en tot het slechtste. Voor de mensheid staat de weg open naar vrijheid of naar slavernij, naar vooruitgang of naar teruggang, naar broederschap of naar haat.

En de mens wordt er zich bewust van dat het zijn taak is de krachten, die hij zelf in beweging heeft gebracht en die hem kunnen dienen maar ook verpletteren, in goede banen te leiden. Daarom stelt hij zichzelf vragen. (G.S. 9).


Door al dat vragen en zoeken heen voelen wij het verlangen naar een antwoord waarop de mens hoopt zonder dat hij/zij zelf dat volledig kan verwoorden.

Dit verlangen van onze tijdgenoten maken wij tot het onze, omdat het de weg kan openen naar een meer humane wereld, ook al houdt het tegelijk het risico in van mislukking en verval.

Verlicht door het geloof en trouw aan de leer van de Kerk brengen wij het in verband met de komst van het Rijk dat God in zijn Zoon heeft beloofd en gegeven.

De professie van de evangelische raden vervreemdt ons niet van de mensen maar maakt ons integendeel met hun leven meer solidair. In onze wijze van leven en handelen, door namelijk deel te nemen aan de vestiging van de aardse stad en aan de opbouw van het Lichaam van Christus, moeten wij metterdaad duidelijk maken dat het Rijk Gods en zijn gerechtigheid voor alles en in alles moet gezocht worden (vgl. Mt.6, 33)

Niemand mag beweren dat de religieuzen door hun toewijding van de mensen vervreemd raken en nutteloze wezens in de maatschappij worden. Want als zij hun tijdgenoten soms niet rechtstreeks bijstaan, zijn ze hun toch dieper nabij, namelijk in het Hart van Christus. Zo werken zij op geestelijke wijze met hen samen om de opbouw van de stad van de mens op de Heer te grondvesten en naar Hem toe te richten, opdat de bouwlieden tenslotte niet tevergeefs zouden zwoegen. (L.G. 46)

Met Gods genade zouden wij van ons religieuze leven een profetisch getuigenis willen maken, door ons zonder voorbehoud in te zetten voor de komst van de nieuwe mensheid in Jezus Christus.

Terug naar boven