Confederatie van de Vlaamse en Nederlandse Provincie  "Dehonianen"

SCJ logo

Latere periode

Hij zoekt uitbreiding van zijn congregatie in Zuid-Amerika waar hij wil samenwerken met een daar bestaande congregatie, maar die samenwerking mislukt en er komt een vestiging in Ecuador, dat zo de eerste overzeese stichting was. Daarop volgde in 1897 het begin van de Congo-missie.

De dreigende houding van de Franse regering tegen de religieuze gemeenschappen doet P.Dehon een stichting beginnen in Leyenbroek bij Sittard in Nederland. Zo wordt de Congregatie internationaal.

In Frankrijk wordt de congregatie, samen met vele anderen, het slachtoffer van anti-religieuze wetten van 1903 en moet practisch het land verlaten. Daardoor vallen ook zijn publicaties stil.

Zo komt er een periode van zoeken naar een veilig onderkomen voor vele medebroeders.

P.Dehon vestigt zich in Brussel. Van daaruit zal hij nu zijn congregatie besturen. Hij houdt echter contact met St.Quentin. Hij bezoekt nu de bestaande communiteiten en zet zich in voor nieuwe stichtingen.

Het bijwonen van het eucharistisch congres te Montreal in 1910 wordt de aanleiding tot een reis om de wereld die 10 maanden zal duren.

Tijdens de oorlog van 1914-1919 beleeft hij in St.Quentin het oorlogsgewoel tot de stad in 1917 moet ontruimd worden en hij een opvang vindt bij de paters Jezuïeten in Edingen. Later vestigt hij zich in Brussel. Dank zij Paus Benedictus XV verkrijgt hij een vrijgeleide om het door de Duitsers bezette Brussel te verlaten en over Zwitserland naar Frankrijk terug te keren. Van daaruit, hij is dan reeds 75 jaar, reist hij weer naar Rome. Rond deze tijd ontstaat ook de idee om in Rome een grote, aan het H. Hart gewijde, basiliek te bouwen. Pater Dehon dacht ook aan een altaar met mozaïek in de St. Pieter.

Zijn laatste jaren werkt hij vooral aan het verzamelen van de nodige fondsen voor zijn zo verlangde H. Hartbasiliek.

Een gevaarlijke griepepidemie was de oorzaak van zijn overlijden op 12 Augustus 1925. Zijn laatste woorden, met de ogen gericht op het H. Hartbeeld voor hem waren:

“Voor Hem leef ik, voor Hem sterf ik"

Hij rust nu in een door de Priesters van het H.Hart gebouwde St. Martinuskerk te St.Quentin, de stad waar zijn werk een aanvang nam.  gestorven

Terug naar boven